Documentatieblad 2000
Samenvatting artikel
|
VAN REYBROUCK,
Geert.
De Belgische fiscaliteit en parafiscaliteit in een Europees kader
Documentatieblad, Brussel, FOD Financiën,
LXe jaargang, nr. 5, juli-augustus 2000, pp.39 - 238 |
Samenvatting
In deel 1 bekijken we de federale Belgische
belastingontvangsten in de voorbije drie decennia vanuit een administratieve
invalshoek. De directe belastingen blijken het sterkst gestegen.
In deel 2
schetsen we het fiscaal kader binnen de Europese Unie. We stellen vast dat de
unanimiteit binnen de Europese Raad nog steeds de stelregel is, wat inhoudt dat
elke lidstaat over een veto-recht beschikt. De nationale soevereiniteit wordt
echter steeds meer uitgehold, zowel door marktkrachten (de toegenomen mobiliteit
van de belastinggrondslag kan in belastingerosie uitmonden), als door het
optreden van de Europese Commissie en het Europees Hof van Justitie tegen
fiscale concurrentieverstoring. Bovendien staat, naar aanleiding van de nakende
uitbreiding van de Unie, het inperken van het veto-recht op de agenda.
In deel 3 beklemtonen we dat de relativiteit
van de nationale soevereiniteit een argument vormt om bij internationale
vergelijkingen het gewogen gemiddelde van nationale statistieken boven het
ongewogen gemiddelde te prefereren. Daar zijn overigens ook goede rekenkundige
redenen voor. We komen zodoende tot de bevinding dat de globale fiscale en
parafiscale druk in België aanzienlijk hoger uitsteekt boven het
OESO-gemiddelde dan courant wordt aangenomen. Met een globale belastingdruk van
46% ten opzichte van het BBP in 1997 bedraagt de afwijking tegenover het
ongewogen gemiddelde 8,8 procentpunten, tegenover het gewogen gemiddelde loopt
de afwijking echter op tot ruim 13 procentpunten. In vergelijking met de
buurlanden kent België een belastingdruk gelijkaardig aan de Franse en een
belastingstructuur gelijkaardig aan de Duitse. In tegenstelling tot bijvoorbeeld
Nederland, hanteert België overigens een zeer "internationale"
belastingstructuur.
Deel 3 besteedt verder veel aandacht aan
maatstaven om internationale convergentie te meten. Wat de belastingdruk
betreft, domineert volgens de MESSERE-indicator in het eerste deel van de
periode 1965-1997 de divergentie en in het tweede deel de convergentie. Volgens
deze indicator convergeert een land indien de afwijking tegenover het gemiddelde
in de tijd afneemt. Op basis van een uit de groeitheorie overgenomen
methodologie zijn de besluiten eenduidiger: er is zowel sprake van ß- als van
s-convergentie. ß-convergentie houdt in dat de belastingontvangsten in landen
met een laag startniveau sneller groeien (of minder snel dalen), s-convergentie
houdt in dat de spreiding over de landen heen in de tijd afneemt.
Wat de belastingstructuur betreft, stellen we
zowel via de divergentiemaatstaf van ROSE, als via rangcorrelatie en volgens een
op CRAMER gebaseerde associatiemaatstaf convergentie vast. Op het einde van de
beschouwde periode groeiden de belastingstelsels echter opnieuw wat uiteen. De
divergentiemaatstaf van ROSE sommeert de absolute verschillen in de aandelen van
de diverse belastingcategorieën, de associatiemaatstaf kwadrateert ze. We
besluiten verder dat er zelden een significant verband bestaat tussen de
belastingdruk en de belastingstructuur. Toch komen een hoge belastingdruk en een
groot gewicht van de parafiscaliteit en een lage belastingdruk en een groot
gewicht van de eigendomsbelastingen doorgaans samen voor.
Inhoudsopgave
1. DE BELGISCHE BELASTINGONTVANGSTEN
1.1. Dertig jaar fiscale ontvangsten
1970-1999
1.1.1. Globaal overzicht
1.1.2. De directe belastingen
1.1.3. De douane en accijnzen
1.1.4. De BTW en de registratierechten
1.2. De belastingdruk in België
1.2.1. De ESR95-methodologie
1.2.2. Recente evolutie van de Belgische belastingdruk
2. HET EUROPEES KADER
2.1. Impact van de Europese instellingen
op de nationale fiscaliteit
2.1.1. (Gebrek aan) soevereiniteit
2.1.2. Consensus vereist in de Europese Ministerraad
2.1.3. Het subsidiariteitprincipe
2.1.4. Het Europees Verdragsrecht en het afgeleid Europees recht
2.1.4.1. Het Verdragsrecht (of "primary community
law")
2.1.4.2. Het afgeleid recht (of "secundary community
law")
2.1.5. Indirecte normering via de Maastricht-criteria en het Stabiliteits- en
Groeipact
2.1.6. De Europese Commissie en de fiscaliteit
2.1.7. "De rechters maken nieuw recht"
2.2. De fiscaliteit hoog op de Europese
agenda in de jaren 1990
2.2.1. De belastingen, de interne markt en de EMU
2.2.2. De actuele uitdagingen
3. DE BELASTINGDRUK EN DE BELASTINGSTRUCTUUR
NADER BEKEKEN
3.1. De fiscaliteit gewogen
3.1.1. Het cijfermateriaal
3.1.2. De interpretatie van de gerapporteerde belastingdruk
3.1.2.1. Enig voorbehoud bij teller en noemer
3.1.2.2. De belastingdruk als maatstaf van het
overheidsbeslag.
3.1.2.3. Besluit: de belastingdruk desondanks een waardevolle
statistiek 3.1.3. Overwegingen omtrent de aggregatie-methode
3.1.3.1. De aggregatiemethode van de OESO
3.1.3.2. Keuze van de conversiekoersen
3.1.3.2.1. Conversie tegen
marktkoersen
3.1.3.2.2. Conversie tegen
PPS-koersen
3.1.3.3. Het rekenschema
3.1.3.4. Politieke motieven en de relativiteit van
administratieve grenzen
3.1.3.4.1. Eén land, één
stem?
3.1.3.4.2. De relativiteit van
administratieve grenzen
3.2. Situering van de Belgische
belastingdruk
3.2.1. Evolutie van de Belgische
belastingdruk, 1965-1997
3.2.2. De Belgische belastingdruk in vergelijking met het Europees en
OESO-gemiddelde
3.2.3. Het ongewogen en gewogen Europees en OESO-gemiddelde
3.2.4. De belastingdruk in de buurlanden
3.3. Situering van de Belgische
belastingstructuur
3.3.1. Categorie 1000 (belastingen op
inkomen, winsten en meerwaarden)
3.3.2. Categorie 2000 (sociale zekerheidsbijdragen)
3.3.3. Categorie 3000 (belasting op loonlast en tewerkstelling)
3.3.4. Categorie 4000 (belastingen op eigendom en vermogen)
3.3.5. Categorie 5000 (belastingen op goederen en diensten)
3.3.6. Categorie 6000 (overige belastingen)
3.3.7. De Belgische belastingstructuur in vergelijking tot het EU- en het
OESO-gemiddelde
3.3.7.1. De belastingstructuur in 1997
3.3.7.2. De veranderingen uit de periode 1965-1997
3.4. De convergentietest van MESSERE
3.4.1. Het begrip convergentie
3.4.2. Het rekenschema
3.4.3. De resultaten
3.4.3.1. Convergentie van de belastingdruk in de 15 landen van de Europese
Unie
3.4.3.2. Convergentie van de belastingdruk in 24
OESO-landen
3.4.3.3. Convergentie van de belastingdruk in alle
OESO-landen
3.4.4. Conclusie
3.5. ß-convergentie en s-convergentie
3.5.1. De begrippen
3.5.2. De resultaten
3.5.2.1. De reële belastingdruk per capita
3.5.2.1.1. De reële belastingdruk
per capita en ß-convergentie
3.5.2.1.2. De reële belastingdruk per capita en s-convergentie
3.5.2.2. De convergentie van de belastingdruk in verhouding tot het bruto
binnenlands product
3.5.2.2.1. Evolutie van de
standaardafwijking
3.5.2.2.2. Evolutie van de
variatie-coëfficiënt (of relatieve standaardafwijking)
3.6. Een alternatieve convergentiemaatstaf
3.6.1. De begrippen en het rekenschema
3.6.2. Resultaten
3.6.2.1. De belastingdruk per capita in de Europese
Unie
3.6.2.2. De belastingdruk per capita in de
OESO-landen
3.7. De structuurtest van ROSE
3.7.1. Het rekenschema
3.7.2. De resultaten
3.7.2.1. Bilaterale divergentie ten opzichte van de
Belgische belastingstructuur, 1997
3.7.2.2. Divergentie ten opzichte van het Europees
gemiddelde, 1997
3.7.2.3. Divergentie van de Europese landen ten opzichte
van het OESO-gemiddelde, 1997
3.7.2.4. Divergentie van de belastingstructuur in een
bredere context
3.7.2.5. Evolutie van de divergentie in de tijd
3.7.2.6. Evolutie van de divergentie binnen de landengroep
3.8. De belastingstructuur en de
rangcorrelatie van SPEARMAN en KENDALL
3.8.1. Het rekenschema
3.8.2. De resultaten
3.8.2.1. Rangcorrelatie ten opzichte van de Belgische
belastingstructuur
3.8.2.2. Rangcorrelatie ten opzichte van de Europese
belastingstructuur
3.8.2.3. Rangcorrelatie ten opzichte van de internationale
belastingstructuur
3.8.2.4. Evolutie van de rangcorrelatie
3.9. Op de associatiemaatstaf van CRAMER
gebaseerde structuurtest
3.9.1. De begrippen en het rekenschema
3.9.2. De resultaten
3.9.2.1. De associatiemaatstaf toegepast op de 15
EU-landen
3.9.2.2. De associatiemaatstaf toegepast op 24
OESO-landen
3.10. Verband belastingdruk en
belastingstructuur
3.10.1. Grafisch verband tussen belastingdruk
en belastingstructuur
3.10.2. De rangcorrelatie van SPEARMAN en de associatiemaatstaf van SOMERS
3.10.3. De associatiemaatstaf toegepast op een 2x2-tabel
3.10.4. De EU-landen en de belastingdruk
4. SAMENVATTING EN BESLUIT
4.1. Overzicht
4.1.1. Deel 1, de Belgische federale belastingontvangsten
en de globale belastingdruk
4.1.2. Deel 2, het Europees fiscaal kader
4.1.3. Deel 3, een kwantitatieve zoektocht naar
convergentie tussen de EU- en de OESO-landen voor wat de belastingdruk en de
belastingstructuur betreft
4.2. Korte samenvatting
5. BIBLIOGRAFIE
6. BIJLAGEN
6.1. Lijst der afkortingen
6.2. De OESO-landencode
6.3. De indeling van de belastingontvangsten
in categorieën
6.4. The OECD interpretative guide
6.5. Het economisch gewicht van de
OESO-landen, 1965-1998
6.5.1. Het relatieve gewicht
van de EU-landen ten opzichte van het EU-totaal, 1965-1998
6.5.2. Het relatieve gewicht van de EU-landen ten opzichte
van het OESO-totaal, 1965-1998
6.5.3. Het relatieve gewicht van de niet-EU-landen ten
opzichte van het OESO-totaal, 1965-1998
6.6. Belastingdruk in verhouding tot het
bruto binnenlands product OESO-landen, 1965-1998
6.7. Reële belastingontvangsten per capita
voor de OESO-landen, 1965-1997
6.8. Belastingstructuur OESO-landen 6.8.1.
Belastingstructuur België, 1965-1998 6.8.2. Belastingstructuur OESO-landen,
1997
6.8.3. Belastingstructuur
OESO-landen, 1965 6.9. Rangcorrelatie belastingstructuur, 1965-1997
6.9.1. Rangcorrelatie ten opzichte van Belgische
belastingstructuur
6.9.2. Rangcorrelatie ten opzichte van de gewogen gemiddelde
structuur van de 15 EU-landen
6.9.3. Rangcorrelatie ten opzichte van de gewogen gemiddelde
structuur van 24 OESO-landen
Top
| Informatieleverancier
Studie-en Documentatiedienst, Joël Van Calster |
webauteur
Brigitte Degeest |
| Informatie laatst
gewijzigd op 24.10.2001 |
|
| Copyright ©
2001 Belgische Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Thesaurie
- Cel Internet/intranet |
|